Met de goede voornemens voor het nieuwe jaar – meer bewegen en gezonder eten – nog vers in het geheugen, lees ik een opmerkelijk bericht in het NRC. Advertentiecampagnes die mensen moeten aansporen om meer te gaan bewegen, blijken een onbedoeld neveneffect te hebben: mensen gaan er meer van eten!
In een onderzoek moesten studenten advertenties beoordelen op hun verwachte effectiviteit. De ene helft kreeg advertenties waarin wandelen of sportschoolbezoek gepromoot werd, de andere helft beoordeelde advertenties die aanspoorden tot het maken van vrienden of sociaal te zijn. Na het bekijken van de advertenties kregen alle studenten een bakje rozijntjes. Resultaat? Degenen die de sportcampagne hadden beoordeeld aten gemiddeld 7 gram rozijnen, terwijl degenen die de sociale campagne bekeken slechts 4,5 gram aten.
De onderzoekers denken dat er twee mogelijke verklaringen zijn. De eerste zou zijn dat woorden die met activiteit te maken hebben, mogelijk de behoefte oproepen om te bewegen. Eten zou die behoefte kunnen vervullen als voor de hand liggende ‘beweging’. De tweede verklaring die de onderzoekers geven is dat mensen onbewust ter compensatie gaan eten als het concept ‘energieverbruik’ in hun hersenen geactiveerd raakt.
De laatste verklaring lijkt mij persoonlijk het meest plausibel. Bekend is dat je veel bewegingen kunt trainen door er alleen maar aan te denken. Dus waarom zou het ‘in je hoofd bewegen’ dan ook geen hongergevoel kunnen oproepen?

Heb jij al zin in een kroketje?
Natuurlijk kun je je dan afvragen wat de risico’s zijn van het sport kijken op TV… grijpen we dus niet alleen uit gewoonte naar de chips en nootjes, maar krijgen we daadwerkelijk honger van het in ons hoofd meedoen met de sporters op TV?
