Entries tagged as ‘mbo’
In het MBO is men bezig met een grootschalige onderwijsvernieuwing, de invoering van het competentiegericht onderwijs – soms ook ‘het nieuwe leren’ genoemd. Wat is er eigenlijk ‘nieuw’ aan dat nieuwe leren?
Daar verschillen de meningen over. Sommigen beschouwen het als oude wijn in nieuwe zakken, anderen zien het als een enorme revolutie, waarbij leren vanuit een heel nieuw oogpunt bezien wordt.
Maar wat is het dan precies? Ook daar verschillen de meningen over. Als je het begrip ‘competentie’ googelt, dan krijg je tientallen, zoniet honderden verschillende definities. Iedereen spreekt over competenties, maar we weten niet van elkaar wat we bedoelen…
Toch zijn er wel wat algemene kenmerken te noemen, die het huidige onderwijs in het MBO typeren. Klassikaal onderwijs, huiswerk en boeken – ze komen nog wel voor, maar vormen niet meer de kern van het hedendaagse onderwijs. Modern MBO is praktijkgericht: leerlingen leren in en van de praktijk, al vroeg in de opleiding. Leren door opdrachten uit te voeren in de échte beroepspraktijk – onder begeleiding natuurlijk. Ook zien we dat kennis en vaardigheden niet langer op zichzelf staan, maar geïntegreerd worden aangeboden. Kennis en vaardigheden worden in het kader van concrete opdrachten aangeleerd, zodat ze direct betekenis hebben voor de leerling. De vraag – waarom moet ik dit leren – zou een leerling niet meer moeten stellen in het competentiegerichte onderwijs. Integendeel, de leerling wordt geacht zélf met leervragen te komen.
Volgens mij een mooi uitgangspunt, maar helaas komt het nog niet altijd uit de verf. Competentiegericht onderwijs kent nog vele kinderziektes, die de komende jaren overwonnen moeten worden. Een sceptische, maar heel herkenbare en grappige kijk op ‘het nieuwe leren’ vanuit de ruimte, zie je in dit filmpje: http://nl.youtube.com/watch?v=8NvNYuVx0j8
Categorieën: competentiegericht onderwijs
getagged: competenties, leren, mbo
Afgelopen maandag was het de zevende dag van de zevende maand. Een bijzondere dag, want dat is de dag van het Sprookje. In veel sprookjes heeft het getal zeven een bijzondere betekenis (denk aan de zeven dwergen en zevenmijlslaarzen), vandaar.

Elfje in Droomvlucht, De Efteling
Sprookjes zijn leuk, spreken tot de verbeelding en laten ons even wegdromen uit de werkelijkheid. Veel sprookjes zijn oude volksvertellingen, waarin een duidelijke moraal is opgenomen, die ons moet leren ons als een goed mens te gedragen. Goed en kwaad zijn meestal duidelijk te onderscheiden – de boze heks en onschuldig Sneeuwwitje – en goed gedrag wordt op het eind altijd beloond. Assepoester krijgt haar prins.
Uit onderzoek van de Efteling en DOC Volksverhaal (www.docvolksverhaal.nl) blijkt dat 88% van de ondervraagde Nederlanders een sprookjesboek in zijn of haar bezit heeft. Gemiddeld heeft de Nederlander er zelfs zeven (!) in de kast staan…
Deze zeven sprookjesboeken zouden heel wat stof tot voorlezen kunnen brengen en 41% doet dat dan ook. Maar 59% van de ondervraagden leest dus kennelijk nooit een sprookje voor! En dat is jammer, niet alleen omdat het goed is onze volksverhalen te bewaren, maar ook omdat het goed is voor de taalontwikkeling van onze kinderen.
Kinderen leren door voorlezen teksten beter te begrijpen. De woordenschat wordt groter en door het leren herkennen van stijlfiguren wordt het begrip van de tekst vergroot. Ook leert het kind signaalwoorden herkennen, waardoor de samenhang van een tekst beter doorzien wordt. Door regelmatig voorlezen leert het kind sneller en beter lezen op school (www.aob.nl).
Gezien de aandacht die er op dit moment door de overheid geschonken wordt aan taalontwikkeling – denk aan het bestrijden van analfabetisme, het project ‘het begint met taal’ en de verscherpte taaleisen in onder meer het middelbaar beroepsonderwijs – is dat geen bericht om naar het sprookjesrijk te verwijzen.
Dus zorg ervoor dat je zeven dagen per week voorleest uit een van je zeven sprookjesboeken en je kind zal nog lang en gelukkig lezen. En dat is geen sprookje!
Categorieën: maatschappij
getagged: cultuur, feestdag, leren, mbo, taal
In het mbo wordt hard gewerkt aan de invoering van het ‘competentiegerichte onderwijs’. Eén van de kenmerken van dit type onderwijs, is dat er niet meer vanuit ‘vakken’ gedacht wordt, maar vanuit logische combinaties van kennis en vaardigheden, die nodig zijn om problemen in de praktijk op te lossen. Dus niet meer een rooster, waarin je in een uur per week leert lassen, in een ander uur nederlands leert en in weer een ander uur wiskunde. Waarbij dan de leraar lassen geen idee heeft wat de lerares wiskunde die week doet.
Competentiegericht onderwijs probeert dat anders aan te pakken. De leerling werkt aan opdrachten, die een relatie met de praktijk (zijn toekomstige beroep!) hebben en waarin kennis en vaardigheden vanuit verschillende disciplines een rol spelen. Dus de leerling moet én Nederlands kunnen lezen én wiskundige formules kunnen toepassen én kunnen lassen om zijn opdracht uit te kunnen voeren…
Zulke ‘geïntegreerde’ opdrachten doen natuurlijk wel een beroep op de docent. Je moet creatief zijn, je kunnen verplaatsen in de leerling en vakoverstijgend kunnen denken om dit soort opdrachten te bedenken. Een leuk voorbeeldje vond ik bij de BBC:
www.bbc.co.uk/schools/ks2bitesize/games/questionaut/pop.shtml.
Je ziet een mannetje in een luchtballon. Dit mannetje surft met zijn luchtballon steeds naar een hoger gelegen planeet. Daarvoor moet hij wel steeds zijn ballon bijvullen. Dat kun jij voor hem doen, door steeds een aantal vragen die je gesteld worden, goed te beantwoorden. Daarvoor heb je kennis nodig van de Engelse taal, natuurkunde, biologie en rekenen. Maar… ook je digitale skills heb je nodig. Want op elke nieuwe planeet moet je uitvinden wat je moet doen om de vragen te zien te krijgen. Zonder instructies… gewoon logisch nadenken of ‘trial and error’.
Echt geïntegreerd dus! (En het ziet er nog mooi uit ook).
Categorieën: competentiegericht onderwijs
getagged: competenties, leren, mbo, onderwijs