Stapsgewijs’ Blog

Entries tagged as ‘groepen’

Als praten geld kost…

maart 1, 2009 · Laat een reactie achter

Afgelopen week verzorgde ik een workshop over vergaderen voor het Graafschap College. In de workshop ging het vooral om wat je zélf kunt bijdragen aan een efficiënte en effectieve vergadering. Want een goede vergadering is geen vanzelfsprekendheid…

Ik vroeg de deelnemers aan de workshop naar hun grootste vergaderergernis. Met stip op nummer één: de te lang durende vergadering. Verder ergerde men zich aan afspraken die niet nagekomen worden, mensen die herhalen wat een ander al  gezegd heeft en discussies die alle kanten op gaan. Ook een discussie voeren over iets, waarvan na afloop blijkt dat het besluit allang genomen is, wordt niet gewaardeerd.

Heel herkenbaar, ongetwijfeld, maar wat doe je er aan? Natuurlijk, een goede voorzitter is een must. Eentje die niet alleen inhoudelijk de discussie leidt, maar ook durft in te grijpen bij lange monologen en oog heeft voor de ’stillen’. Ook een agenda is broodnodig. Op een goede agenda staat niet alleen over welke onderwerpen gesproken wordt, maar ook hoeveel tijd er voor elk onderwerp is gereserveerd én met welk doel een bepaald topic wordt besproken. Want het maakt een groot verschil of je over een personeelsuitje gaat brainstormen of dat je een beslissing gaat nemen over welke nieuwe lesmethode aangeschaft gaat worden.  Allemaal open deuren, al zijn ze in de praktijk niet altijd zo vanzelfsprekend.

Maar, zoals gezegd, wat kun je nu zelf – als je geen voorzitter bent – bijdragen? In de workshop heb ik de deelnemers laten ervaren hoe het is om bewust te praten. En ook bewust niet te praten. Want een belangrijke reden voor de nummer één vergaderergernis – ze duren te lang – is dat mensen vaak maar blijven praten. Tóch even aangeven dat je het eens bent met de vorige spreker, maar nog wel met een eigen aanvulling. Tóch nog even het zojuist genomen besluit in twijfel trekken. Het gebeurt!

In de workshop hebben de deelnemers een discussie gevoerd met ‘praatgeld’, kaartjes die bij elke uitspraak ingeleverd moesten worden. Dus praten is betalen en als je geld op is, mag je niet meer praten. Natuurlijk is het in de setting van een workshop altijd wat gekunsteld, maar toch bleek duidelijk het effect. Men werd zich meer bewust van de ‘kostbaarheid’ van hun inbreng en zei alleen nog iets als er werkelijk iets te zeggen viel. Sommigen begonnen strategisch een kaartje achter te houden, om aan het eind nog iets te kunnen zeggen. En iedereen luisterde ineens naar elkaar!

vergaderen

Misschien een leuk ideetje voor de Haagse vergadertijgers: betalen om te praten

Categorieën: groepsgedrag
getagged: , , ,

Op de vuist op 1 mei?

mei 2, 2008 · Laat een reactie achter

Vanochtend op het ontbijtnieuws zag ik dat de viering van 1 mei gisteren op verschillende plaatsen op de wereld (onder andere in Duitsland en Turkije) heeft geleid tot ongeregeldheden. 

Het gebeurt natuurlijk vaker, dat er gewelddadigheden optreden op plaatsen waar grote mensenmassa’s bij elkaar komen. Lang is door sociaal psychologen gedacht dat dit te maken had met een proces dat de-individuatie wordt genoemd.

De-individuatie is een psychologische toestand die er voor zorgt dat je je minder bewust wordt van jezelf als individu. Je normen en waarden, die normaal gesproken je gedrag reguleren, worden naar de achtergrond geschoven. Je normale remmingen vallen weg en daardoor word je makkelijker te beïnvloeden door anderen.

Deze toestand zou makkelijk optreden op het moment dat je je in een massa begeeft. De opwinding die dit met zich meebrengt en het gevoel anoniem te zijn, zou de-individuatie bevorderen. Mensen worden impulsiever, irrationeel, gaan ‘meeloopgedrag’ vertonen en worden (dus) sneller gewelddadig.

Op zich geen gekke gedachte. We hebben allemaal wel eens ervaren hoe het voelt om onderdeel te zijn van een massa. Je voelt het, toch?  Probeer in een voetbalstadion maar eens níet mee te doen met de wave…

Maar het de-individuatieproces verklaart niet waarom het meestal gelukkig gewoon goed gaat in situaties waar mensenmassa’s bijeen zijn. Denk aan vele concerten, vreedzame demonstraties, carnavalsoptochten, manifestaties en dergelijke. Vorig jaar was ik getuige van een 1 mei viering op Cuba, die ondanks de opzwepende commentaren door de luidsprekers ook gewoon geweldloos verliep.

 1 mei parade, Camagüey, Cuba, 2007

Dus als het de-individuatieproces zo makkelijk ontstaat in een massa, hoe kan het dan dat er meestal niets gebeurt? Tegenwoordig denken veel wetenschappers dat het de-individuatieproces niet de goede manier is om te verklaren waarom het in mensenmassa’s soms uit de hand loopt. Je kunt dat veel simpeler verklaren, namelijk vanuit het gegeven dat iedereen over een aantal ’sociale identiteiten’ beschikt (zoals ik ook in het vorige berichtje over het Oranjegevoel beschreef).

Omdat het in een massa vaak een beetje onduidelijk is hoe je je dient te gedragen, kijk je naar mensen met dezelfde sociale identiteit als jij. Deze mensen horen dan bij ‘jouw’ groep. Doordat je gedrag bij elkaar afkijkt, ga je bepaalde normen delen en wordt het groepsgevoel steeds sterker. Als dan iemand van ‘jouw’ groep wordt aangevallen door iemand van een andere groep (met natuurlijk een andere sociale identiteit), dan voel jij je automatisch ook aangevallen. En dan kunnen conflicten ontstaan en kunnen zelfs mensen die niet uit zijn op geweld, toch gewelddadig worden. Alleen maar omdat zij zich zo vereenzelvigen met hun groep, dat elke bedreiging aan hun groep een bedreiging is aan henzelf. (Bron: hoofdstuk uit Politiekunde en openbare handhaving van Otto Adang. www.gevaarbeheersing.homestead.com/Politiekunde.html)

Dus daarom is de kans dat het publiek zich massaal in de piste van het circus stort en de clown in elkaar slaat, niet zo groot. Meestal zit je daar namelijk met je kinderen, kleinkinderen of je oma. En in je sociale identiteit als (groot)ouder ga je niet zo snel op de vuist.

Categorieën: groepsgedrag
getagged: , ,

Oranjegevoel

april 30, 2008 · Laat een reactie achter

Vandaag is het Koninginnedag. De koningin bezoekt dit jaar Friesland, maar dat had ook best Zeeland of Flevoland kunnen zijn. Of Limburg, of …

Want wat onze meest bekende landgenoot jaarlijks op deze dag meemaakt en te zien krijgt, is overal ongeveer hetzelfde.  Oud-Hollandse spelen, kunstenaars met ‘unieke’ kunstwerken, klederdrachten, lokale lekkernijen, straatmuzikanten en dat alles natuurlijk altijd in gezelschap van een zenuwachtige burgemeester in zijn of haar zondagse pak. Het alom tegenwoordige publiek zwaait met vlaggetjes, duwt kinderen in de richting van de dichtstbijzijnde prinses en maakt foto’s. Maar bovenal is de massa gekleed in Oranje…

oranje muts

Koninginnedagmarkt, Jan van Riebeeckplein, Arnhem

Oranje kleding om uiting te geven aan ons ‘Oranjegevoel’. Maar wat is dat eigenlijk? Oranjegevoel steekt de kop op bij voetbalwedstrijden, tijdens de kampioenschappen schaatsen, met Koninginnedag, bij de uitvaart van André Hazes… allemaal gebeurtenissen waarbij we aangesproken worden op ons ‘Nederlanderschap’.

Het ‘Nederlander zijn’ is deel van onze sociale identiteit.  Onze sociale identiteit bestaat uit vele ’sub-identiteiten’ zoals bijvoorbeeld vader, bestuurslid, vrijwilliger, dochter, vriendin, Italiaan, homo, kunstenaar, vrouw, kattenliefhebber, directeur, buurvrouw, collega, moslim, bejaarde… noem maar op. Per situatie komen één of meer van deze sociale identiteiten naar voren. In gesprek met je buurvrouw zal zij jou in jouw identiteit van buurman aanspreken, maar op een beurs voor postzegelverzamelaars neem je ineens de identiteit van ‘filatelist’ aan. Sommige sociale identiteiten, zoals ‘vrouw’, ‘bejaarde’ of ‘moslim’ heb je altijd bij je, maar afhankelijk van de situatie is het belangrijk of niet. Ben jij de enige vrouw in een gezelschap van mannen, dan zal deze sociale identiteit veel belangrijker zijn dan wanneer je je in een gemengd gezelschap bevindt.

Het ‘Oranjegevoel’ is een manier om onze identiteit als ‘Nederlander’ te benadrukken.  In ons dagelijks leven valt het niet zo op dat we ‘Nederlander’ zijn (want dat zijn we met z’n vijftien miljoenen), dus hebben we er iets extra’s voor nodig om het te laten zien – een oranje muts bijvoorbeeld.

Gelukkig maar dat we op vakantie in het buitenland als vanzelf onze Nederlandse identiteit uitstralen, want je zou toch maar met zo’n muts in de brandende Spaanse zon moeten zitten…

Categorieën: groepsgedrag
getagged: , ,