Entries tagged as ‘gezondheid’
Het internet is niet meer weg te denken uit ons leven. Telefoonnummers, treintijden, recepten, informatie over je vakantieland, de plannen van je gemeente - even googlen en je weet het. Voer google met een willekeurig woord en je krijgt tienduizenden, honderduizenden of zelfs miljoenen hits over je heen. Bijvoorbeeld paardenbloem levert 42.400 hits op, stofzuiger 1.490.000 en sinterklaas maar liefst 3.260.000! Maar hoe weet je dan welke link de informatie bevat die jij nodig hebt?
Dat moet een dilemma zijn voor hypochonders. Mensen met hypochondrie lijden aan een overmatige angst om een ernstige lichamelijke ziekte te hebben, terwijl dit uit medisch onderzoek niet blijkt. Een hypochonder verzint niets, zijn symptomen zijn er echt, alleen de interpretatie er van slaat op hol. Zo wordt een hoestje longkanker, een tranend oog een voorbode van blindheid en spierpijn is vast en zeker reuma. Als de dokter de patiënt onderzoekt en geruststelt, zal de patiënt er van overtuigd zijn dat de dokter iets over het hoofd gezien heeft.
En natuurlijk is het internet dan een geweldige hulp bij het op hol laten slaan van je gedachten. Want de hoeveelheid informatie die je over allerlei lichamelijke klachten kunt vinden, is enorm. Veel goede informatie, waar iedereen zijn voordeel mee kan doen. Maar iemand met hypochondrie zal de passages over onschuldige vormen van hoofdpijn niet onthouden. Dat stukje waarin staat dat hoofdpijn ook wel eens voorkomt als gevolg van een tumor onthoudt hij wel. En dan ontstaat angst – ik zal toch geen hersentumor hebben?
Ook mensen die niet aan hypochondrie lijden, zullen dit wel herkennen. Want uit een onderzoek naar de ‘Stelling van de Dag’ van de Telegraaf in maart 2009 blijkt dat 58% van de respondenten bij ziekte gaat surfen of in een medisch handboek kijkt. Maar liefst 36% van deze informatiezoekers vertelt de dokter bij het eerste bezoek wat hij zelf denkt te hebben. En 50% van deze mensen denkt ook nog eens minstens zo goed de symptomen te kunnen verklaren als de dokter (de andere helft denkt wel dat de dokter er meer van weet). Wat een vertrouwen in Google!
Toch is enige hypochondrie bij het stellen van een diagnose via internet wel op zijn plaats. Immers, iedereen die dat wil kan van alles en nog wat op het internet zetten. Dus wees lekker een beetje bang bij het zoeken – bang dat de informatie niet klopt. En bij een griepje – gewoon lekker je bed in en computer uit!

Lekker onder de wol (foto genomen in Stadsmuseum in Hjo, Zweden)
Categorieën: gezondheid · werking van het brein
getagged: gedrag, gezondheid, internet
Met de goede voornemens voor het nieuwe jaar – meer bewegen en gezonder eten – nog vers in het geheugen, lees ik een opmerkelijk bericht in het NRC. Advertentiecampagnes die mensen moeten aansporen om meer te gaan bewegen, blijken een onbedoeld neveneffect te hebben: mensen gaan er meer van eten!
In een onderzoek moesten studenten advertenties beoordelen op hun verwachte effectiviteit. De ene helft kreeg advertenties waarin wandelen of sportschoolbezoek gepromoot werd, de andere helft beoordeelde advertenties die aanspoorden tot het maken van vrienden of sociaal te zijn. Na het bekijken van de advertenties kregen alle studenten een bakje rozijntjes. Resultaat? Degenen die de sportcampagne hadden beoordeeld aten gemiddeld 7 gram rozijnen, terwijl degenen die de sociale campagne bekeken slechts 4,5 gram aten.
De onderzoekers denken dat er twee mogelijke verklaringen zijn. De eerste zou zijn dat woorden die met activiteit te maken hebben, mogelijk de behoefte oproepen om te bewegen. Eten zou die behoefte kunnen vervullen als voor de hand liggende ‘beweging’. De tweede verklaring die de onderzoekers geven is dat mensen onbewust ter compensatie gaan eten als het concept ‘energieverbruik’ in hun hersenen geactiveerd raakt.
De laatste verklaring lijkt mij persoonlijk het meest plausibel. Bekend is dat je veel bewegingen kunt trainen door er alleen maar aan te denken. Dus waarom zou het ‘in je hoofd bewegen’ dan ook geen hongergevoel kunnen oproepen?

Heb jij al zin in een kroketje?
Natuurlijk kun je je dan afvragen wat de risico’s zijn van het sport kijken op TV… grijpen we dus niet alleen uit gewoonte naar de chips en nootjes, maar krijgen we daadwerkelijk honger van het in ons hoofd meedoen met de sporters op TV?
Categorieën: gezondheid · werking van het brein
getagged: beweging, gedrag, gezondheid, sport
Nederlanders zijn de grootste stresskippen van Europa. Dit bericht kon je gisteren lezen in de Spits, waarin aandacht werd besteed aan een onderzoek van Mercer onder 800 bedrijven in 24 landen. Van die 800 onderzochte bedrijven stonden er 35 in Nederland.
Wat bleek? Bij 76% van de Nederlandse bedrijven stonden spanningen in de top drie van redenen van afwezigheid. Voor de buitenlandse bedrijven gold dat voor 52%. Het onderzoeksbureau denkt dat dit te maken heeft met de aard van ons werk. In Nederland wordt steeds minder lichamelijke arbeid verricht en steeds meer ‘met je hoofd’ gewerkt. De psychische belasting wordt daardoor groter. Dat wordt dan nog eens versterkt door de druk om altijd maar bereikbaar te zijn via je mobieltje of e-mail.
De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde denkt dat onze gevoeligheid voor spanningen te maken heeft met ons arbeidsethos. Nederlanders hebben een hoge arbeidsproductiviteit per hoofd van de bevolking en zijn vaak sterk betrokken. We worden in veel bedrijven bovendien niet alleen op onze productiviteit afgerekend, maar ook op onze activiteit – sommige werknemers moeten in schema’s elk kwartier van hun werktijd verantwoorden. Dat maakt het moeilijk om even rustig naar het toilet te gaan…

Deze kippen moeten toch écht heel gestresst zijn… (kippen te koop op de markt in Portugal)
Belangrijke oorzaken van stress onder werknemers zijn volgens de Universiteit van Maastricht met name hoge werkdruk in combinatie met weinig autonomie, maar ook conflicten en gebrek aan steun op het werk.
Sociaal-psychologisch onderzoek bevestigt dit: gevoel van controle (autonomie) en sociale steun zijn belangrijke factoren in de mate waarin je stress ervaart. Heb je het gevoel controle te hebben over de aspecten die stress veroorzaken? Kun je zelf de invulling van je dag bepalen of moet alles op tijd gebeuren? Kun je een eigen werkwijze hanteren of verloopt alles volgens voorschriften? En word je ondersteund door je baas? Kun je je verhaal kwijt bij je collega’s? Allemaal belangrijk om niet door spanningen geveld te worden.
Categorieën: stress
getagged: emoties, gezondheid, psychologie, stress, werk
In het NRC lees ik vandaag over een opvallend onderzoeksresultaat over de beleving van pijn. Als iemand je moedwillig pijn doet, dan ervaar je dat als pijnlijker dan wanneer het per ongeluk gebeurde.

Wat een ramp moet dat zijn in het vagevuur… (foto gemaakt in Maastricht)
Psychologen van de Harvard universiteit toonden dat aan in een experiment, waarin zij studenten een reeks electrische schokken gaven. De helft van deze proefkonijntjes was verteld dat zij door een medestudent hiervoor aangewezen waren. De andere helft kreeg geen mededelingen over de reden waarom zij de schokken kregen. De eerste helft bleek de schokken als vervelender te ervaren dan de tweede helft. Bovendien raakten de leden van de tweede groep langzaam gewend aan de schokken, terwijl degenen die dachten door een medestudent erin geluisd te zijn, de laatste schok nog net zo vervelend vonden als de eerste.
De psychologen noemen dit effect het ‘nocebo’ effect, waarmee een tegenstelling met het bekende placebo-effect wordt aangegeven. Bij het placebo-effect wordt de pijn door psychologische suggestie minder, zonder dat daar een fysieke reden voor is. Bij het nocebo-effect werkt het precies andersom: de psychologisch suggestie maakt dat de pijn erger aanvoelt.
Als iemand je dus willens en wetens pijn doet, komt dat letterlijk hard aan. Zou daarom de tandarts zo vervelend zijn?
Categorieën: gezondheid
getagged: emoties, gezondheid, hersenen, psychologie, stress
In Engeland is een groot onderzoek gedaan onder 150.000 kinderen van tien tot vijftien jaar oud (Ofsted, 2008) om uit te vinden hoe zij tegen het leven aan kijken. Het grootste deel van hen (69%) is gelukkig en de meesten (95%) zeggen minstens een goede vriend te hebben.
Wat ik echter een opvallende en zorgwekkende uitkomst vindt, is dat maar liefst 32% zich zorgen maakt over zijn of haar lichaam! Dat is het belangrijkste antwoord op de vraag ‘waar maak je je het meest zorgen over?’. Natuurlijk maken kinderen zich ook zorgen over veiligheid, pesten op school en drugs, maar voor ongeveer een derde van deze kinderen is het eigen lichaam kennelijk de grootste bron van zorg.

Hopelijk maakt dit meisje zich nog niet druk…
Al vaak is in onderzoek de link gelegd naar een verband tussen de ideaalbeelden die de media ons voorschotelen en het beeld dat mensen vervolgens van zichzelf krijgen. Zelf deed ik voor mijn afstuderen een onderzoekje waarin ik vrouwen liet kijken naar gemanipuleerde plaatjes van leeftijdsgenoten, die steeds iets dikker gemaakt waren. Na afloop bleek dat het kijken naar slanke vrouwen een negatief effect had op emoties. De proefpersonen hadden het gevoel minder weerstand te kunnen bieden aan emotionele impulsen, zoals boosheid, frustratie, angst of rusteloosheid.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken of deze resultaten ook gelden voor de kinderen uit het Britse onderzoek. Want dat zou betekenen dat het voortdurende bombardement van mooie, slanke en gespierde mannen en vrouwen dat wij via de media over ons heen krijgen, ook al effect heeft op de emotionele gesteldheid van jonge kinderen. En dat willen we toch niet?
Categorieën: algemeen · maatschappij
getagged: cultuur, emoties, gezondheid
Een keer een blowtje, wat is daar mis mee? We denken dat het weinig kwaad kan, maar er zijn aanwijzingen dat we ons daar behoorlijk in vergissen. Uit onderzoek (van de universiteiten van Bristol en Cardiff) blijkt dat je als cannabis-gebruiker veertig procent meer kans hebt op een psychose. En daar hoef je geen notoire gebruiker voor te zijn, een incidenteel blowtje is ook genoeg.
In Nederland probeert de Divisie Hersenen van het UMC Utrecht deze conclusies te bevestigen, door een grootschalig onderzoek onder blowers en niet-blowers uit te voeren. Tot nu toe is het de onderzoekers opgevallen dat blowers duidelijk meer klachten hebben dan niet-blowers. Zo raken ze bijvoorbeeld sneller in paniek, ze zijn angstiger, achterdochtiger en hebben vaak depressieve klachten. De klachten zijn ernstiger naarmate mensen jonger zijn begonnen met blowen (Quest, januari 2008).
Natuurlijk kun je hier de kip-ei vraag stellen: komen de klachten door het blowen of zijn mensen vanwege hun klachten begonnen met blowen? Vooralsnog denkt het onderzoeksteam dat het eerste het geval is. Cannabis maakt, waarschijnlijk in combinatie met een genetisch bepaalde gevoeligheid, de hersenen kwetsbaar voor psychosen.
Dus als een blowtje kennelijk zo verkeerd is, laten we dan voortaan gewoon voor een koffie verkeerd naar de coffeeshop gaan…
Koffie verkeerd bij Bobbie Beer in Almere
Categorieën: werking van het brein
getagged: gezondheid, hersenen
oktober 22, 2008 · 1 Reactie
We doen het allemaal, elke dag: slapen. Maar waarom eigenlijk? Soms onthouden we een droom, maar vaker hebben we geen idee wat er allemaal met ons gebeurt tijdens de nachtelijke uren. Maar ga je een keertje te laat naar bed of heb je niet ongestoord door kunnen slapen, dan krijg je de volgende dag wel een flauw vermoeden: slaap heb je nodig om de dag goed door te komen.
Uit een onderzoek van de Universiteit van Berkely (Californië) kun je afleiden dat slaap ook een rol speelt bij het reguleren van emoties (Quest, januari 2008). In het onderzoek werden mensen 35 uur achter elkaar wakker gehouden. Daarna kregen ze 100 plaatjes te zien, waarvan sommigen ronduit afschrikwekkend waren, anderen minder schokkend. Terwijl de proefpersonen naar de plaatjes zaten te kijken, maakten de onderzoekers scans van hun hersenen. Deze scans werden later vergeleken met scans van mensen die naar dezelfde plaatjes keken, maar wél lekker geslapen hadden.
Wat bleek? De hersenen van de uitgeslapen personen reageerden heel anders dan de hersenen van degenen die niet geslapen hadden. Het deel van het brein dat betrokken is bij onder andere angst en depressie – de amygdala genoemd – was bij de vermoeide plaatjeskijkers veel actiever dan bij de slaapkoppen. Daardoor werden zij banger van de enge plaatjes dan de mensen die lekker geslapen hadden.

Oog in oog met een krokodil (Kenia).
Deze angsten worden nog eens gestimuleerd, doordat een actieve amygdala er voor zorgt dat de werking van een ander deel van het brein, de prefrontale cortex, geremd wordt. De prefrontale cortex zorgt er voor dat je logisch kunt redeneren. Bij het zien van enge plaatjes zorgt dit deel van de hersenen dat je angsten niet met je op de loop gaan – immers, het zijn maar plaatjes. Maar bij iemand die vermoeid is, werkt dit systeem dus minder goed en krijgen de angsten ruim baan.
Dus, ga je binnenkort naar een enge film in de bioscoop en wil je echt waar voor je geld? Blijf dan een nachtje op: dat wordt de beste horrorfilm aller tijden!
Categorieën: werking van het brein
getagged: emoties, gezondheid, hersenen, stress
oktober 13, 2008 · 1 Reactie
Heb je werk waar je veel moet denken of een hobby waarbij je je helemaal verdiept in een bepaald onderwerp? En kun je jezelf dan helemaal er in verliezen? Dat lijkt mooi, werk waar je niet meer mee wilt stoppen, maar volgens de Keulse psycholoog Feist kan dat ook een teken van depressie zijn… De een grijpt naar de fles, de ander zoekt een intellectuele uitdaging om zichzelf af te leiden van zijn problemen, zo blijkt uit zijn onderzoek (Psychologie Magazine, oktober 2007).
Mensen die niet depressief zijn, beleven de meest positieve gevoelens als zij rustig en ontspannen zijn. Mensen die kenmerken van depressiviteit vertonen, voelen zich echter het best als zij denkarbeid verrichten. Welbevinden is voor deze mensen niet verbonden met ‘rust’, maar aan bijvoorbeeld ‘interesse’ of ‘fascinatie’.
Volgens Feist is dat op de lange termijn geen gezonde manier van omgaan met depressieve gevoelens. Het helpt slechts een beetje en je moet steeds meer doen om het effect te bereiken – steeds harder werken dus.
Ben jij ook zo’n geïnteresseerde, gedreven en gefascineerde harde werker (waar iedere baas van droomt)? Zoek het dan eens in fysieke ontspanning en leer je geluksgevoel weer te verbinden met ontspanning en rust. Iets waar de gemiddelde kat over het algemeen meester in is… voor ons een goed idee om ‘copycat’ te spelen misschien.

Relaxte kat heeft geen last van werkstress, foto genomen in Istanbul
Categorieën: gezondheid
getagged: gezondheid, leren, stress, werk
Afgelopen zondag (21 september) was het Wereld Alzheimer Dag. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie. Geschat wordt dat 60 tot 70 procent van de dementerenden lijdt aan Alzheimer. De rest heeft een andere ziekte, zoals Parkinson, Korsakov of de ziekte van Pick.
De hersenen van een Alzheimerpatiënt verschillen van de hersenen van een gezonde oudere. Er ontstaan zogenaamde ‘plaques en tangles’. Plaques zijn ophopingen van een soort eiwit (amyloïd) tussen de zenuwcellen, waardoor de overdracht tussen de cellen niet meer goed loopt. Je kunt het je voorstellen als een soort wegblokkades, de ‘bergen’ eiwit belemmeren het verkeer tussen de ene en de andere cel. Ook de zenuwcellen zelf worden uiteindelijk aangetast, door de vorming van tangles. Zo’n tangle is een kluwen van draadvormige eiwitten in de cel zelf, zodat de cel niet meer goed zijn werk kan doen. Het brein verschrompelt als het ware.

Links een gezond brein, rechts het brein van een Alzheimerpatiënt (www.alzheimer-nederland.nl)
Deze verstoorde overdracht tussen de cellen heeft natuurlijk allerlei gevolgen. Vooral het leervermogen wordt aangetast. Iets nieuws leren gaat steeds slechter. Onthouden van dingen die je net gezien en gehoord hebt ook. Op den duur worden ook dingen die langer geleden geleerd zijn vergeten. Zo kan iemand met Alzheimer bijvoorbeeld vergeten hoe hij zichzelf moet wassen of herkent hij zijn kinderen niet meer. Ook verandert de patiënt vaak van karakter en heeft hij last van wisselende stemmingen. Uiteindelijk kan hij niets meer zelf en moet hij overal bij geholpen worden.
Categorieën: werking van het brein
getagged: gezondheid, hersenen, leren
Op een hongerige maag leert het beter… althans volgens de Yale University in de VS (Psychologie Magazine, mei 2006). Daar is ontdekt dat gezonde trek geheugenprestaties verbetert. Dat heeft te maken met het zogenaamde ‘hongerhormoon’ ghreline, dat in de maag wordt aangemaakt op het moment dat daar weinig of geen voedsel in zit. Via het bloed reist het hongerhormoon van de maag naar het brein. Daar verbindt het hormoon zich onder meer aan zenuwcellen in de hippocampus, het hersengebied dat betrokken is bij leerprocessen en het geheugen. De aanwezigheid van het hormoon in de hippocampus zorgt voor meer verbindingen. En meer verbindingen in het brein is synoniem voor betere prestaties.
Dus … laat deze lekkere chocolademousse maar staan, daar word je slim van! (En slank…).

Hemelse modder, gemaakt tijdens een kookworkshop bij ‘Op De Brusse’ in De Heune.
Categorieën: werking van het brein
getagged: gezondheid, hersenen, leren