
Op de vuist op 1 mei?
mei 2, 2008Vanochtend op het ontbijtnieuws zag ik dat de viering van 1 mei gisteren op verschillende plaatsen op de wereld (onder andere in Duitsland en Turkije) heeft geleid tot ongeregeldheden.
Het gebeurt natuurlijk vaker, dat er gewelddadigheden optreden op plaatsen waar grote mensenmassa’s bij elkaar komen. Lang is door sociaal psychologen gedacht dat dit te maken had met een proces dat de-individuatie wordt genoemd.
De-individuatie is een psychologische toestand die er voor zorgt dat je je minder bewust wordt van jezelf als individu. Je normen en waarden, die normaal gesproken je gedrag reguleren, worden naar de achtergrond geschoven. Je normale remmingen vallen weg en daardoor word je makkelijker te beïnvloeden door anderen.
Deze toestand zou makkelijk optreden op het moment dat je je in een massa begeeft. De opwinding die dit met zich meebrengt en het gevoel anoniem te zijn, zou de-individuatie bevorderen. Mensen worden impulsiever, irrationeel, gaan ‘meeloopgedrag’ vertonen en worden (dus) sneller gewelddadig.
Op zich geen gekke gedachte. We hebben allemaal wel eens ervaren hoe het voelt om onderdeel te zijn van een massa. Je voelt het, toch? Probeer in een voetbalstadion maar eens níet mee te doen met de wave…
Maar het de-individuatieproces verklaart niet waarom het meestal gelukkig gewoon goed gaat in situaties waar mensenmassa’s bijeen zijn. Denk aan vele concerten, vreedzame demonstraties, carnavalsoptochten, manifestaties en dergelijke. Vorig jaar was ik getuige van een 1 mei viering op Cuba, die ondanks de opzwepende commentaren door de luidsprekers ook gewoon geweldloos verliep.
(1 mei parade, Camagüey, Cuba, 2007)Dus als het de-individuatieproces zo makkelijk ontstaat in een massa, hoe kan het dan dat er meestal niets gebeurt? Tegenwoordig denken veel wetenschappers dat het de-individuatieproces niet de goede manier is om te verklaren waarom het in mensenmassa’s soms uit de hand loopt. Je kunt dat veel simpeler verklaren, namelijk vanuit het gegeven dat iedereen over een aantal ’sociale identiteiten’ beschikt (zoals ik ook in het vorige berichtje over het Oranjegevoel beschreef).
Omdat het in een massa vaak een beetje onduidelijk is hoe je je dient te gedragen, kijk je naar mensen met dezelfde sociale identiteit als jij. Deze mensen horen dan bij ‘jouw’ groep. Doordat je gedrag bij elkaar afkijkt, ga je bepaalde normen delen en wordt het groepsgevoel steeds sterker. Als dan iemand van ‘jouw’ groep wordt aangevallen door iemand van een andere groep (met natuurlijk een andere sociale identiteit), dan voel jij je automatisch ook aangevallen. En dan kunnen conflicten ontstaan en kunnen zelfs mensen die niet uit zijn op geweld, toch gewelddadig worden. Alleen maar omdat zij zich zo vereenzelvigen met hun groep, dat elke bedreiging aan hun groep een bedreiging is aan henzelf. (Bron: hoofdstuk uit Politiekunde en openbare handhaving van Otto Adang. www.gevaarbeheersing.homestead.com/Politiekunde.html)
Dus daarom is de kans dat het publiek zich massaal in de piste van het circus stort en de clown in elkaar slaat, niet zo groot. Meestal zit je daar namelijk met je kinderen, kleinkinderen of je oma. En in je sociale identiteit als (groot)ouder ga je niet zo snel op de vuist.
